“Beleefdheid” heet 礼貌 , letterlijk “de houding van de riten”. Alles begint bij 礼 , waarvan de oude vorm 禮 het altaar, 示, verbindt met een rituele vaas vol offergaven, 豊 ⟶ de rite, dan de welvoeglijkheid, dan de beleefdheid. Het karakter duikt op deze pagina steeds weer op: het cadeau, 礼物 , is “het ding van de rite”, en zelfs de zondag, 礼拜天 , is “de dag van de eredienst”, een uitdrukking die teruggaat op de wekelijkse eredienst van de christenen. Eerlijk gezegd ken ik geen woord, in het Frans noch in het Nederlands, dat 礼 helemaal dekt: riten, welvoeglijkheid, gebruiken, beleefdheid, elk vat er maar een stukje van. Op onze pagina Hoofdstuk 1 van de Gesprekken van Confucius koos Couvreur voor “de wederzijdse plichten” om de zin te vertalen van Youzi, een leerling van Confucius, die onze voorbeelden afsluit: 礼之用,和为贵, “bij de beoefening van de riten telt de harmonie het meest”.
Om te groeten beginnen de leerboeken met 你好 , en daar hebben ze gelijk in. Maar let op: tussen buren of collega’s hoor je het veel minder dan je denkt. Je groet eerder door het voor de hand liggende vast te stellen, 上班去啊?, “ga je naar je werk?”, of met het beroemde 吃了吗 , “heb je gegeten?”, dat geen uitgebreid antwoord verwacht (niemand wil weten wat er op je bord lag). Jongeren zeggen dan weer graag 哈喽 en 拜拜 , ontleend aan het Engels. Het respectvolle 您 hoor je vooral in het noorden en tegenover ouderen; in het zuiden gebruiken veel mensen het bijna nooit.
客气 verdient het dat we er even bij stilstaan. 客 is de gast: wie 客气 is, heeft “het voorkomen van een gast” ⟶ beleefd, gereserveerd, zelfs plechtig. Vandaar 不客气 , “speel niet de gast” ⟶ graag gedaan. Tussen naasten schept te veel beleefdheid afstand, en een bedankje te veel kan kwetsen: dan krijg je 别见外 te horen, “zet jezelf niet buiten”, gedraag je niet als een vreemde. Dat is verwarrend voor een Fransman, die is opgegroeid met het idee dat je nooit genoeg kunt bedanken. Dezelfde logica geldt voor complimenten, die je afweert met een 哪里哪里 , “waar dan, waar dan?”. Bij de onder-dertigers wint een eenvoudig 谢谢 daarentegen terrein, en dat is maar goed ook voor buitenlanders die niet meer weten waar ze aan toe zijn.
In het restaurant is de rekening een klein toneelstuk. Wie uitnodigt, 请客 , moet betalen, maar de anderen doen alsof ze hem voor willen zijn: dat is 抢着买单 , “vechten om de rekening”, soms tot er bij de kassa geduwd wordt. Samsam doen, AA制 , is de regel geworden bij jonge stedelingen, maar in veel families geldt het nog als krenterig. Trakteren heet ook 做东 , “het oosten doen”. De gangbaarste verklaring verwijst naar de 东道主 uit de Zuozhuan, het koninkrijk Zheng dat zich aanbood als “gastheer aan de oostelijke weg”; een andere spreekt van de plaats van de heer des huizes, aan de oostkant van de zaal. Welke de juiste is, zou ik niet kunnen zeggen.
Cadeaus volgen regels die niemand je uitlegt. Eerst weiger je, uit beleefdheid, voordat je aanneemt; je maakt het pakje niet open waar de gever bij is; en ooit geef je terug wat je gekregen hebt, want 礼尚往来 , “de rite hecht aan het heen en het terug”. Sommige voorwerpen zijn uit den boze. Je geeft geen klok, 送钟 , want dat klinkt als 送终, “een stervende bijstaan”; je deelt geen peer, 分梨, want dat klinkt als 分离, “uit elkaar gaan”. Het spreekwoord 千里送鹅毛,礼轻情意重 troost wie met bijna lege handen aankomt: een gezant die een zwaan naar keizer Taizong van de Tang bracht, liet hem onderweg ontsnappen, zo wordt verteld, en kon alleen nog een veer aanbieden. Het cadeau is licht, de bedoeling weegt zwaar.
Blijft nog 关系 , dat de westerse pers uiteindelijk ongewijzigd heeft overgenomen. In de eigenlijke zin is het “de relatie”; in het gebruik is het het netwerk van mensen op wie je kunt rekenen, en aan wie je iets verschuldigd bent. Een bewezen dienst schept een 人情 , een gevoelsschuld die je ooit moet inlossen, en het gezicht, 面子 , dat we al tegenkwamen op de pagina Het lichaam, regelt het geheel. Een plaats bemachtigen via een kruiwagen is 走后门 , “via de achterdeur gaan”. Pas wel op dat je van 关系 niet de universele sleutel tot China maakt: Frankrijk heeft ook zijn netwerken, het zegt alleen “piston” (kruiwagen), met iets minder filosofie (en veel minder banketten).
Wat de buren betreft: het spreekwoord 远亲不如近邻, “een verre verwant is minder waard dan een naaste buur”, staat al op de pagina De familie. Het komt uit een wereld van gedeelde binnenplaatsen waar je je leven bij de anderen doorbracht: 串门 is letterlijk “deuren aanrijgen”, zoals je parels aanrijgt ⟶ van deur tot deur gaan. In de woontorens van vandaag kennen veel Chinezen hun buren op dezelfde verdieping niet meer. De banden worden elders gesmeed, in de WeChat-groep van het wooncomplex, waar je net zo vaak klaagt over lawaai, 扰民 , als dat je elkaar er een dienst bewijst. Maar uiteindelijk kom je elkaar altijd tegen: 低头不见抬头见, zie je elkaar niet met gebogen hoofd, dan wel met geheven hoofd.
Bij ruzies is het geleerdste woord ook het beeldendste. 矛盾 , de tegenstrijdigheid, komt uit de Han Feizi: een koopman prees een speer, 矛, die alles kon doorboren, en een schild, 盾, dat door niets te doorboren was. Een voorbijganger vroeg hem wat er zou gebeuren als je het ene met het andere raakte. De koopman stond met zijn mond vol tanden. Ruziemaken is 吵架 , vechten is 打架 (het hele verschil zit in de radicaal: de mond, 口, of de hand, 扌), en daarna maak je het weer goed, 和好 . En als de onmin blijft duren, praat je niet meer met elkaar: dat is de 冷战 , de “koude oorlog”, waarvan de huiselijke betekenis veel vaker voorkomt dan de historische.
Deze pagina sluit de subcategorie “De relaties” af. Vriendschap, liefde, afspraakjes en breuken staan op de pagina Vriendschap en liefde. Daarna gaat het over identiteit en afkomst.
Klik op om het even welk karakter op deze pagina: de schrijfvolgorde verschijnt streek voor streek, met het pijltje dat de richting van de haal aangeeft.
Zo werkt deze pagina: elk woord draagt zijn niveau. ① het essentiële, ② het gangbare, ③ het precieze. Begin bij de ①: daarmee kun je al groeten, bedanken, je verontschuldigen en iemand uitnodigen. De knop ▶ geeft de uitspraak, en een klik op een karakter opent de schrijfvolgorde.
Buren
de buurman, de buurvrouw
hiernaast; het huis ernaast
de bovenburen en de onderburen
de buurtgenoten (vooral in het noorden)
bij de buren langsgaan, even bij iemand binnenwippen
de roddels; roddelen
klagen (bij een instantie), een klacht indienen
de buurt, de verhoudingen tussen buren
overlast veroorzaken, de rust van de bewoners verstoren
de buren links en rechts, de hele buurt
Kennissen en netwerk
kennen (iemand); kennismaken met
de onbekende, de vreemde
contact opnemen; contact hebben
de kennis (iemand die je kent)
goed kennen; vertrouwd
de streekgenoot, iemand uit dezelfde geboortestreek
met elkaar omgaan, contact onderhouden
te maken hebben met, omgaan met
het sociale leven; de sociale contacten
de kring, het milieu (waarin je verkeert)
geliefd zijn, de populariteit
het netwerk (van relaties)
aanpappen (uit eigenbelang)
Groeten en jezelf voorstellen
hallo, dag
goedendag (beleefd)
tot ziens
lang niet gezien!
welkom; verwelkomen
voorstellen (iemand)
goedemorgen
mevrouw
doei, daag (informeel)
groeten; de groeten doen
heb je al gegeten? (begroeting)
uw naam? (beleefde formule, letterlijk “uw kostbare naam”)
zichzelf voorstellen
het visitekaartje
juffrouw (met voorzichtigheid te gebruiken)
meester (om een chauffeur of een vakman aan te spreken)
Beleefdheid
dank je, bedankt
graag gedaan, geen dank
sorry, neem me niet kwalijk
het geeft niet
alstublieft, gaat u uw gang; uitnodigen
pardon (om iets te vragen)
beleefd; plichtplegingen maken
de beleefdheid; beleefd
storen
lastigvallen; lastig
bedankt voor de moeite (letterlijk “u hebt zich ingespannen”)
respecteren; het respect
in de rij staan
uit beleefdheid voorrang geven, zich wegcijferen
ach nee, helemaal niet (bescheiden antwoord op een compliment)
de beleefdheidsfrasen (uit conventie)
iemand zijn gezicht laten behouden, iemand eer bewijzen
zich als een vreemde gedragen, formeel doen
de etiquette, de omgangsvormen
Uitnodigen en cadeaus geven
uitnodigen (in een restaurant), trakteren
de gast
het feestje (onder vrienden), de bijeenkomst
het cadeau
geven, schenken; wegbrengen
uitnodigen (formeel); de uitnodiging
bij iemand te gast zijn (letterlijk “de gast spelen”)
de gastheer, de gastvrouw (die ontvangt)
een bezoek brengen
we gaan niet weg voor we elkaar gezien hebben (zonder mankeren!)
een cadeau geven (zoals het hoort)
een cadeau teruggeven; het tegencadeau
een cadeau aannemen
een cadeau uitpakken
een klok cadeau geven (taboe: klinkt als 送终, “een stervende bijstaan”)
zijn deel bijdragen (het geld dat je op een bruiloft geeft…)
trakteren, de gastheer zijn (letterlijk “het oosten doen”)
vechten om de rekening
ieder betaalt zijn eigen deel
de gast schikt zich naar de gastheer
beter gehoorzamen dan plichtplegingen maken (om een uitnodiging aan te nemen)
关系 en 人情: relaties en bewezen diensten
de relatie; de relaties (de connecties)
de bewezen dienst, de gunst; de gebruiken
de menselijke warmte
relaties aanknopen, connecties opbouwen
via de achterdeur gaan, iets via een kruiwagen krijgen
de protegé (iemand met een kruiwagen)
iemand een wederdienst schuldig zijn
Ruziemaken en het weer goedmaken
ruziemaken
zich verontschuldigen, zijn excuses aanbieden
vergeven
laat maar, jammer dan
uitschelden; berispen
vechten
de ruzie, de twist
het conflict; de tegenstrijdigheid (letterlijk “de speer en het schild”)
klagen, mopperen
beledigen, voor het hoofd stoten
redelijk zijn, naar rede luisteren
zijn ongelijk toegeven
het weer goedmaken
de koude oorlog; niet meer met elkaar praten
breken met iemand (letterlijk “het gezicht omdraaien”)
gebrouilleerd zijn, mokken
ruziemakers uit elkaar halen, tussenbeide komen
bedaren, zijn woede laten zakken
de goede verstandhouding schaden
Het sociale leven in uitdrukkingen en spreekwoorden
hoffelijkheid vraagt om wederkerigheid
een ganzenveer, duizend li ver gebracht: het cadeau is licht, de bedoeling weegt zwaar
’s lands wijs, ’s lands eer
je komt elkaar altijd weer tegen (letterlijk “zie je elkaar niet met gebogen hoofd, dan wel met geheven hoofd”)
de eerste keer zijn we vreemden, de tweede keer kennen we elkaar
pas na een gevecht leer je elkaar echt kennen
een lachend gezicht sla je niet
waar twee kijven, hebben twee schuld (letterlijk “met één hand kun je niet klappen”)
één stap terug, en de zee wordt wijd, de hemel gaat open
een vete kun je beter ontknopen dan knopen
de edele mens gebruikt zijn tong, niet zijn vuisten
wie kan vergeven, moet vergeven
Het sociale leven in alledaagse woorden
de klantenservice
de klant (van een bedrijf)
de zondag (letterlijk “de dag van de eredienst”)
de blog
de hacker (letterlijk “de zwarte gast”)
de vaste klant (letterlijk “de klant die terugkomt”)
het prestigeproject (letterlijk “bouwwerk van het gezicht”)
het buurland
Voorbeeldzinnen
Hallo, ik heet Wang Ming. Leuk je te leren kennen.
Onze buren zijn allemaal heel vriendelijk.
Bedankt voor het cadeau dat je me gegeven hebt.
Sorry, ik ben te laat.
Pardon, is leraar Wang er?
Vanavond trakteer ik.
Ze hebben gisteren ruzie gehad, en vandaag praten ze nog steeds niet met elkaar.
Lang niet gezien! Hoe gaat het de laatste tijd met je?
De bovenburen maken ’s avonds te veel lawaai.
Ik stel je Xiao Li voor, hij komt uit dezelfde streek als ik.
Mag ik vragen hoe u heet?
Volgende week zijn we bij vrienden uitgenodigd.
Wil je dit even voor me vasthouden?
In China maak je een cadeau meestal niet open waar de gever bij is.
Ik deed het niet expres, vergeef het me.
Ze kregen ruzie, en de volgende dag hadden ze het alweer goedgemaakt.
Graag in de rij gaan staan om in te stappen.
We zien elkaar om zeven uur bij de deur. Zonder mankeren!
Hij heeft in deze stad niet echt connecties: hij kan alleen op zichzelf rekenen.
Na het eten vecht iedereen om de rekening.
Geef vooral nooit een klok cadeau: “een klok geven” klinkt als “een stervende bijstaan”.
Als je Chinezen een compliment geeft, antwoorden ze vaak “nǎli nǎli”, “ach nee, helemaal niet”.
Ze zijn gebrouilleerd om een kleinigheid en praten al een week niet meer met elkaar.
Een stap terug, en de horizon gaat open: neem het hem niet kwalijk.
Bij de beoefening van de riten telt de harmonie het meest.


