De Klassieker van de Oostelijke Bergen (东山经 Dōngshānjīng) is het vierde boek van de Klassieker van Bergen en Zeeën. Hij doorloopt, van noord naar zuid, vier kustgebergteketens, rijk aan waterlopen, vreemde vissen en voorteken-beesten die overstromingen, droogtes en epidemieën aankondigen. De Chinese tekst wordt gegeven met zijn pinyin-transcriptie, gevolgd door de Nederlandse vertaling en aantekeningen.
Eerste Oostelijke Klassieker — 东山经
《東山經》之首,曰樕𧑤之山,北臨乾昧。食水出焉,而東北流注于海。其中多鱅鱅之魚,其狀如犂牛,其音如彘鳴。
De Klassieker van de Oostelijke Bergen. De eerste berg heet berg Suzhu (樕𧑤); in het noorden grenst hij aan Ganmei (乾昧). De Shi-rivier (食水) ontspringt eraan en stroomt noordoostwaarts om in de zee uit te monden. Zij is rijk aan yongyong-vissen (鱅鱅), gelijkend op het li-rund (犂牛), wier kreet als het knorren van het varken is.
又南三百里,曰藟山,其上有玉,其下有金。湖水出焉,東流注于食水,其中多活師。
Driehonderd li zuidwaarts ligt berg Lei (藟山). Zijn top bevat jade, zijn voet goud. De Hu-rivier (湖水) ontspringt eraan en stroomt oostwaarts om in de Shi (食水) uit te monden; zij is rijk aan kikkervisjes (huoshi 活師).
又南三百里,曰栒狀之山,其上多金玉,其下多青碧石。有獸焉,其狀如犬,六足,其名曰從從,其鳴自詨。有鳥焉,其狀如鷄而鼠毛,其名曰䖪鼠,見則其邑大早。𣲵水出焉,而北流注于湖水。其中多箴魚,其狀如鯈,其喙如箴,食之無疫疾。
Driehonderd li zuidelijker ligt berg Xunzhuang (栒狀). Zijn top is rijk aan goud en jade, zijn voet aan blauwgroene steen (qingbi 青碧石). Daar leeft een beest gelijkend op de hond, met zes poten, genaamd congcong (從從); zijn kreet noemt zijn eigen naam. Daar leeft een vogel gelijkend op de haan maar met rattenhaar, genaamd zhushu (䖪鼠); wanneer hij verschijnt, kent de streek een grote droogte. De Fu-rivier (𣲵水) ontspringt eraan en stroomt noordwaarts om in de Hu (湖水) uit te monden. Zij is rijk aan zhen-vissen (箴魚), gelijkend op de tiao (鯈), met een naaldvormige snuit; wie ervan eet, is voor epidemieën behoed.
又南三百里,曰勃亝之山,無草木,無水。
Driehonderd li zuidelijker ligt berg Bojin (勃亝), zonder gras en bomen, en zonder water.
又南三百里,曰番條之山,無草木,多沙。減水出焉,北流注于海,其中多鱤魚。
Driehonderd li zuidelijker ligt berg Fantiao (番條), zonder gras en bomen, rijk aan zand. De Jian-rivier (減水) ontspringt eraan en stroomt noordwaarts om in de zee uit te monden; zij is rijk aan gan-vissen (鱤魚).
又南四百里,曰姑兒之山,其上多漆,其下多桑柘。姑兒之水出焉,北流注于海,其中多鱤魚。
Vierhonderd li zuidelijker ligt berg Guer (姑兒). Zijn top is rijk aan lakbomen, zijn voet aan moerbeibomen (sang 桑) en verversmoerbeien (zhe 柘). De Guer-rivier (姑兒水) ontspringt eraan en stroomt noordwaarts om in de zee uit te monden; zij is rijk aan gan-vissen (鱤魚).
又南四百里,曰高氏之山,其上多玉,其下多箴石。諸繩之水出焉,東流注于澤,其中多金玉。
Vierhonderd li zuidelijker ligt berg Gaoshi (高氏). Zijn top is rijk aan jade, zijn voet aan zhen-steen (箴石). De Zhusheng-rivier (諸繩水) ontspringt eraan en stroomt oostwaarts om in een moeras uit te monden; zij is rijk aan goud en jade.
又南三百里,曰嶽山,其上多桑,其下多樗。濼水出焉,東流注于澤,其中多金玉。
Driehonderd li zuidelijker ligt berg Yue (嶽山). Zijn top is rijk aan moerbeibomen, zijn voet aan hemelbomen (chu 樗). De Luo-rivier (濼水) ontspringt eraan en stroomt oostwaarts om in een moeras uit te monden; zij is rijk aan goud en jade.
又南三百里,曰豺山,其上無草木,其下多水,其中多堪㐨之魚。有獸焉,其狀如夸父而彘毛,其音如呼,見則天下大水。
Driehonderd li zuidelijker ligt berg Chai (豺山). Zijn top is zonder gras en bomen, zijn voet rijk aan wateren en aan kanni-vissen (堪㐨). Daar leeft een beest gelijkend op Kuafu (夸父) maar met varkensborstels, wiens kreet als een roep is; wanneer het verschijnt, kent het rijk grote overstromingen.
又南三百里,曰獨山,其上多金玉,其下多美石。末塗之水出焉,而東南流注于沔,其中多𧌁䗤,其狀如黃蛇,魚翼,出入有光,見則其邑大旱。
Driehonderd li zuidelijker ligt berg Du (獨山). Zijn top is rijk aan goud en jade, zijn voet aan schone stenen. De Motu-rivier (末塗水) ontspringt eraan en stroomt zuidoostwaarts om in de Mian (沔) uit te monden; zij is rijk aan gengtia-wezens (𧌁䗤), gelijkend op de gele slang maar met visvinnen, die oplichten bij het in- en uitduiken van het water; wanneer zij verschijnen, kent de streek een grote droogte.
又南三百里,曰泰山,其上多玉,其下多金。有獸焉,其狀如豚而有珠,名曰狪狪,其名自䚯。環水出焉,東流注于江,其中多水玉。
Driehonderd li zuidelijker ligt berg Tai (泰山). Zijn top is rijk aan jade, zijn voet aan goud. Daar leeft een beest gelijkend op het varken maar dat parels draagt, genaamd tongtong (狪狪); zijn kreet noemt zijn eigen naam. De Huan-rivier (環水) ontspringt eraan en stroomt oostwaarts om in de Blauwe Rivier (Jiang 江) uit te monden; zij is rijk aan bergkristal.
又南三百里,曰竹山,錞于江,無草木,多瑤碧。激水出焉,而東南流注于娶檀之水,其中多茈羸。
Driehonderd li zuidelijker ligt berg Zhu (竹山), tegen de Blauwe Rivier geleund; zonder gras en bomen, is hij rijk aan yao-jade (瑤) en jaspis. De Ji-rivier (激水) ontspringt eraan en stroomt zuidoostwaarts om in de Qutan (娶檀水) uit te monden; zij is rijk aan zi-slakken (茈羸).
凡《東山經》之首,自樕𧑤之山以至于竹山,凡十二山,三千六百里。其神狀皆人身龍首。祠:毛用一犬祈,䎶用魚。
Alles bijeen, van berg Suzhu tot berg Zhu, telt de eerste keten van de Oostelijke Klassieker twaalf bergen, over drieduizend zeshonderd li. Hun goden hebben alle een mensenlijf en een drakenkop. Cultus: men brengt een hond als smeekoffer en vis als spijsoffer.
Tweede Oostelijke Klassieker — 东次二经
《東次二經》之首,曰空桑之山,北臨食水,東望沮吳,南望沙陵,西望湣澤。有獸焉,其狀如牛而虎文,其音如欽,其名曰軨軨,其鳴自叫,見則天下大水。
De eerste berg van de Tweede Oostelijke Klassieker heet berg Kongsang (空桑). In het noorden grenst hij aan de Shi (食水), in het oosten kijkt hij naar Juwu (沮吳), in het zuiden naar Shaling (沙陵), in het westen naar het moeras Min (湣澤). Daar leeft een beest gelijkend op de os maar met tijgerstrepen, wiens kreet als een zucht is, genaamd lingling (軨軨); zijn kreet noemt zijn eigen naam; wanneer het verschijnt, kent het rijk grote overstromingen.
又南六百里,曰曹夕之山,其下多穀而無水,多鳥獸。
Zeshonderd li zuidwaarts ligt berg Caoxi (曹夕). Zijn voet is rijk aan papiermoerbeien (gu 穀) maar zonder water; hij is rijk aan vogels en beesten.
又西南四百里,曰嶧皋之山,其上多金玉,其下多白堊。嶧皋之水出焉,東流注于激女之水,其中多蜃珧。
Vierhonderd li zuidwestwaarts ligt berg Yigao (嶧皋). Zijn top is rijk aan goud en jade, zijn voet aan witte krijtmergel (bai'e 白堊). De Yigao-rivier (嶧皋水) ontspringt eraan en stroomt oostwaarts om in de Jinü (激女水) uit te monden; zij is rijk aan mosselen en oesters (shenyao 蜃珧).
又南水行五百里,流沙三百里,至于葛山之尾,無草木,多砥礪。
Vijfhonderd li zuidwaarts over water, dan driehonderd li drijfzand, bereikt men het uiterste eind van berg Ge (葛山); zonder gras en bomen, is het rijk aan slijpsteen (dili 砥礪).
又南三百八十里,曰葛山之首,無草木。澧水出焉,東流注于余澤,其中多珠蟞魚,其狀如肺而有目,六足有珠,其味酸甘,食之無癘。
Driehonderdtachtig li zuidelijker ligt de kop van berg Ge (葛山), zonder gras en bomen. De Li-rivier (澧水) ontspringt eraan en stroomt oostwaarts om in het moeras Yu (余澤) uit te monden; zij is rijk aan zhubie-vissen (珠蟞魚), gelijkend op een long maar voorzien van ogen, met zes poten en parels dragend, van zoetzure smaak; wie ervan eet, is voor melaatsheid behoed.
又南三百八十里,曰餘峨之山,其上多梓柟,其下多荊芑。雜余之水出焉,東流注于黃水。有獸焉,其狀如菟而鳥喙,鴟目蛇尾,見人則眠,名曰犰狳,其鳴自䚯,見則螽蝗為敗。
Driehonderdtachtig li zuidelijker ligt berg Yu'e (餘峨). Zijn top is rijk aan trompetbomen (zi 梓) en nanmu (柟), zijn voet aan jing- (荊) en qi-struiken (芑). De Zayu-rivier (雜余水) ontspringt eraan en stroomt oostwaarts om in de Huang (黃水) uit te monden. Daar leeft een beest gelijkend op de haas maar met vogelsnavel, uilenogen en slangenstaart, dat in slaap valt bij het zien van mensen, genaamd qiuyu (犰狳); zijn kreet noemt zijn eigen naam; wanneer het verschijnt, verwoesten sprinkhanen en krekels de oogsten.
又南三百里,曰杜父之山,無草木,多水。
Driehonderd li zuidelijker ligt berg Dufu (杜父), zonder gras en bomen, rijk aan wateren.
又南三百里,曰耿山,無草木,多水碧,多大蛇。有獸焉,其狀如狐而魚翼,其名曰朱獳,其鳴自叫,見則其國有恐。
Driehonderd li zuidelijker ligt berg Geng (耿山), zonder gras en bomen, rijk aan waterjaspis (shuibi 水碧) en aan grote slangen. Daar leeft een beest gelijkend op de vos maar met visvinnen, genaamd zhuru (朱獳); zijn kreet noemt zijn eigen naam; wanneer het verschijnt, kent het land de schrik.
又南三百里,曰盧其之山,無草木,多沙石。沙水出焉,南流注于涔水,其中多𪁐鶘,其狀如鴛鴦而人足,其鳴自䚯,見則其國多土功。
Driehonderd li zuidelijker ligt berg Luqi (盧其), zonder gras en bomen, rijk aan zand en stenen. De Sha-rivier (沙水) ontspringt eraan en stroomt zuidwaarts om in de Cen (涔水) uit te monden; zij is rijk aan huanhu-pelikanen (𪁐鶘), gelijkend op de mandarijneend maar met mensenvoeten; hun kreet noemt hun eigen naam; wanneer zij verschijnen, kent het land grote grondwerken.
又南三百八十里,曰姑射之山,無草木,多水。
Driehonderdtachtig li zuidelijker ligt berg Guye (姑射), zonder gras en bomen, rijk aan wateren.
又南水行三百里,流沙百里,曰北姑射之山,無草木,多石。
Driehonderd li zuidwaarts over water, dan honderd li drijfzand, ligt berg Beiguye (北姑射), zonder gras en bomen, rijk aan stenen.
又南三百里,曰南姑射之山,無草木,多水。
Driehonderd li zuidelijker ligt berg Nanguye (南姑射), zonder gras en bomen, rijk aan wateren.
又南三百里,曰碧山,無草木,多大蛇,多碧水玉。
Driehonderd li zuidelijker ligt berg Bi (碧山), zonder gras en bomen, rijk aan grote slangen en aan jaspis-kristal (bishuiyu 碧水玉).
又南五百里,曰維氏之山,無草木,多金玉。原水出焉,東流注于沙澤。
Vijfhonderd li zuidelijker ligt berg Weishi (維氏), zonder gras en bomen, rijk aan goud en jade. De Yuan-rivier (原水) ontspringt eraan en stroomt oostwaarts om in het moeras Sha (沙澤) uit te monden.
又南三百里,曰姑逢之山,無草木,多金玉。有獸焉,其狀如狐而有翼,其音如鴻鴈,其名曰獙獙,見則天下大旱。
Driehonderd li zuidelijker ligt berg Gufeng (姑逢), zonder gras en bomen, rijk aan goud en jade. Daar leeft een beest gelijkend op de vos maar gevleugeld, wiens kreet als die van wilde ganzen is, genaamd biebie (獙獙); wanneer het verschijnt, kent het rijk een grote droogte.
又南五百里,曰鳧麗之山,其上多金玉,其下多箴石。有獸焉,其狀如狐,而九尾、九首、虎爪,名曰蠪姪,其音如嬰兒,是食人。
Vijfhonderd li zuidelijker ligt berg Fuli (鳧麗). Zijn top is rijk aan goud en jade, zijn voet aan zhen-steen (箴石). Daar leeft een beest gelijkend op de vos, met negen staarten, negen koppen en tijgerklauwen, genaamd longzhi (蠪姪), wiens kreet als die van een zuigeling is; het verslindt mensen.
又南五百里,曰䃌山,南臨䃌水,東望湖澤。有獸焉,其狀如馬,而羊目、四角、牛尾,其音如獋狗,其名曰峳峳,見則其國多狡客。有鳥焉,其狀如鳧而鼠尾,善登木,其名曰絜鉤,見則其國多疫。
Vijfhonderd li zuidelijker ligt berg Pin (䃌山); in het zuiden grenst hij aan de Pin-rivier (䃌水), in het oosten kijkt hij naar het moeras Hu (湖澤). Daar leeft een beest gelijkend op het paard, met schapenogen, vier horens en ossenstaart, wiens kreet als het huilen van de hond is, genaamd youyou (峳峳); wanneer het verschijnt, wemelt het land van valse gasten. Daar leeft een vogel gelijkend op de wilde eend maar met rattenstaart, bedreven in het klimmen in bomen, genaamd jiegou (絜鉤); wanneer hij verschijnt, kent het land talrijke epidemieën.
凡《東次二經》之首,自空桑之山至于䃌山,凡十七山,六千六百四十里。其神狀皆獸身人面載觡。其祠:毛用一鷄祈,嬰用一璧瘞。
Alles bijeen, van berg Kongsang tot berg Pin, telt de Tweede Oostelijke Klassieker zeventien bergen, over zesduizend zeshonderdveertig li. Hun goden hebben alle een beestenlijf, een mensengezicht en dragen geweien (ge 觡). Voor hun cultus: men brengt een haan als smeekoffer en begraaft een jadeschijf (bi 璧) als spijsoffer.
Derde Oostelijke Klassieker — 东次三经
又《東次三經》之首,曰尸胡之山,北望𦍲山,其上多金玉,其下多棘。有獸焉,其狀如麋而魚目,名曰妴胡,其鳴自䚯。
De eerste berg van de Derde Oostelijke Klassieker heet berg Shihu (尸胡). In het noorden kijkt hij naar berg Lü (𦍲山); zijn top is rijk aan goud en jade, zijn voet aan doornstruiken (ji 棘). Daar leeft een beest gelijkend op het davidshert maar met visogen, genaamd yuanhu (妴胡); zijn kreet noemt zijn eigen naam.
又南水行八百里,曰岐山,其木多桃李,其獸多虎。
Achthonderd li zuidwaarts over water ligt berg Qi (岐山). Zijn bomen zijn vooral perziken en pruimen, zijn beesten vooral tijgers.
又南水行五百里,曰諸鉤之山,無草木,多沙石。是山也,廣員百里,多寐魚。
Vijfhonderd li zuidwaarts over water ligt berg Zhugou (諸鉤), zonder gras en bomen, rijk aan zand en stenen. Deze berg is honderd li in omtrek en rijk aan mei-vissen (寐魚).
又南水行七百里,曰中父之山,無草木,多沙。
Zevenhonderd li zuidwaarts over water ligt berg Zhongfu (中父), zonder gras en bomen, rijk aan zand.
又東水行千里,曰胡射之山,無草木,多沙石。
Duizend li oostwaarts over water ligt berg Hushe (胡射), zonder gras en bomen, rijk aan zand en stenen.
又南水行七百里,曰孟子之山,其木多梓桐,多桃李,其草多菌蒲,其獸多麋鹿。是山也,廣員百里。其上有水出焉,名曰碧陽,其中多鱣鮪。
Zevenhonderd li zuidwaarts over water ligt berg Mengzi (孟子). Zijn bomen zijn vooral trompetbomen (zi 梓) en paulownia's (tong 桐), met veel perziken en pruimen; zijn kruiden vooral paddenstoelen en biezen (junpu 菌蒲), zijn beesten vooral herten en davidsherten. Deze berg is honderd li in omtrek. Aan zijn top welt een water op, genaamd Biyang (碧陽); het is rijk aan zhan- (鱣) en wei-vissen (鮪).
又南水行五百里,曰流沙,行五百里,有山焉,曰跂踵之山,廣員二百里,無草木,有大蛇,其上多玉。有水焉,廣員四十里皆涌,其名曰深澤,其中多蠵龜。有魚焉,其狀如鯉,而六足鳥尾,名曰鮯鮯之魚,其鳴自叫。
Vijfhonderd li zuidwaarts over water, dan vijfhonderd li drijfzand, verheft zich een berg genaamd berg Qizhong (跂踵), tweehonderd li in omtrek, zonder gras en bomen, bevolkt door grote slangen; zijn top is rijk aan jade. Daar bevindt zich een water van veertig li omtrek, geheel kokend, genaamd het Diepe Moeras (Shenze 深澤); het is rijk aan xie-schildpadden (蠵龜). Daar leeft een vis gelijkend op de karper maar met zes poten en vogelstaart, genaamd gege (鮯鮯); zijn kreet noemt zijn eigen naam.
又南水行九百里,曰踇隅之山,其上有草木,多金玉,多赭。有獸焉,其狀如牛而馬尾,名曰精精,其鳴自叫。
Negenhonderd li zuidwaarts over water ligt berg Mouyu (踇隅). Zijn top draagt kruiden en bomen, rijk aan goud, jade en oker. Daar leeft een beest gelijkend op de os maar met paardenstaart, genaamd jingjing (精精); zijn kreet noemt zijn eigen naam.
又南水行五百里,流沙三百里,至于無皋之山,南望幼海,東望榑木,無草木,多風。是山也,廣員百里。
Vijfhonderd li zuidwaarts over water, dan driehonderd li drijfzand, bereikt men berg Wugao (無皋). In het zuiden kijkt hij naar de Jonge Zee (Youhai 幼海), in het oosten naar de Fu-boom (榑木); zonder gras en bomen, kent hij veel wind. Deze berg is honderd li in omtrek.
凡《東次三經》之首,自尸胡之山至于無睪之山,凡九山,六千九百里。其神狀皆人身而羊角。其祠:用一牡羊,米用黍。是神也,見則風雨水為敗。
Alles bijeen, van berg Shihu tot berg Wugao, telt de Derde Oostelijke Klassieker negen bergen, over zesduizend negenhonderd li. Hun goden hebben alle een mensenlijf en schapenhorens. Voor hun cultus: men brengt een ram en gierst (shu 黍) als graan. Wanneer deze goden verschijnen, richten winden, regens en wateren verwoestingen aan.
Vierde Oostelijke Klassieker — 东次四经
又《東次四經》之首,曰北號之山,臨于北海。有木焉,其狀如楊,赤華,其實如棗而無核,其味酸甘,食之不瘧。食水出焉,而東北流注于海。有獸焉,其狀如狼,赤首鼠目,其音如豚,名曰猲狙,是食人。有鳥焉,其狀如鷄而白首,鼠足而虎爪,其名曰鬿雀,亦食人。
De eerste berg van de Vierde Oostelijke Klassieker heet berg Beihao (北號), aan de rand van de noordelijke zee. Daar staat een boom gelijkend op de populier, met rode bloemen, wiens vrucht op de jujube lijkt maar zonder pit, van zoetzure smaak; wie ervan eet, loopt geen malaria op. De Shi-rivier (食水) ontspringt eraan en stroomt noordoostwaarts om in de zee uit te monden. Daar leeft een beest gelijkend op de wolf, met rode kop en rattenogen, wiens kreet als die van het varken is, genaamd jeju (猲狙); het verslindt mensen. Daar leeft een vogel gelijkend op de haan maar met witte kop, rattenvoeten en tijgerklauwen, genaamd qique (鬿雀); ook hij verslindt mensen.
又南三百里,曰旄山,無草木。蒼體之水出焉,而西流注于展水。其中多鱃魚,其狀如鯉而大首,食者不疣。
Driehonderd li zuidwaarts ligt berg Mao (旄山), zonder gras en bomen. De Cangti-rivier (蒼體水) ontspringt eraan en stroomt westwaarts om in de Zhan (展水) uit te monden; zij is rijk aan xiu-vissen (鱃魚), gelijkend op de karper maar met dikke kop; wie ervan eet, heeft geen wratten.
又南三百二十里,曰東始之山,上多蒼玉。有木焉,其狀如楊而赤理,其汁如血,不實,其名曰芑,可以服馬。泚水出焉,而東北流注于海,其中多美貝,多茈魚,其狀如鮒,一首而十身,其臭如蘪蕪,食之不屁。
Driehonderdtwintig li zuidelijker ligt berg Dongshi (東始). Zijn top is rijk aan donkergroene jade (cangyu 蒼玉). Daar staat een boom gelijkend op de populier maar met rode aderen, wiens sap als bloed is; hij draagt geen vrucht en heet qi (芑); men kan hem gebruiken om paarden te temmen. De Ci-rivier (泚水) ontspringt eraan en stroomt noordoostwaarts om in de zee uit te monden; zij is rijk aan schone schelpen en aan zi-vissen (茈魚), gelijkend op de brasem, met één kop en tien lijven, wier geur aan engelwortel (miwu 蘪蕪) doet denken; wie ervan eet, laat geen winden.
又東南三百里,曰女烝之山,其上無草木。石膏水出焉,而西注于鬲水,其中多薄魚,其狀如鱣魚而一目,其音如歐,見則天下大旱。
Driehonderd li zuidoostwaarts ligt berg Nüzheng (女烝). Zijn top is zonder gras en bomen. De Shigao-rivier (石膏水) ontspringt eraan en stroomt westwaarts om in de Ge (鬲水) uit te monden; zij is rijk aan bo-vissen (薄魚), gelijkend op de zhan-vis (鱣) maar met één enkel oog, wier kreet als een kokhalzen is; wanneer zij verschijnen, kent het rijk een grote droogte.
又東南二百里,曰欽山,多金玉而無石。師水出焉,而北流注于皋澤,其中多鱃魚,多文貝。有獸焉,其狀如豚而有牙,其名曰當康,其鳴自叫,見則天下大穰。
Tweehonderd li zuidoostwaarts ligt berg Qin (欽山), rijk aan goud en jade maar zonder steen. De Shi-rivier (師水) ontspringt eraan en stroomt noordwaarts om in het moeras Gao (皋澤) uit te monden; zij is rijk aan xiu-vissen (鱃魚) en aan gevlekte schelpen. Daar leeft een beest gelijkend op het varken maar voorzien van slagtanden, genaamd dangkang (當康); zijn kreet noemt zijn eigen naam; wanneer het verschijnt, kent het rijk een grote oogst.
又東南二百里,曰子桐之山。子桐之水出焉,而西流注于餘如之澤。其中多䱻魚,其狀如魚而鳥翼,出入有光,其音如鴛鴦,見則天下大旱。
Tweehonderd li zuidoostwaarts ligt berg Zitong (子桐). De Zitong-rivier (子桐水) ontspringt eraan en stroomt westwaarts om in het moeras Yuru (餘如澤) uit te monden; zij is rijk aan hua-vissen (䱻魚), gelijkend op de vis maar met vogelvleugels, die oplichten bij het in- en uitduiken van het water, wier kreet als die van mandarijneenden is; wanneer zij verschijnen, kent het rijk een grote droogte.
又東北二百里,曰剡山,多金玉。有獸焉,其狀如彘而人面,黃身而赤尾,其名曰合窳,其音如嬰兒。是獸也,食人,亦食蟲蛇,見則天下大水。
Tweehonderd li noordoostwaarts ligt berg Yan (剡山), rijk aan goud en jade. Daar leeft een beest gelijkend op het varken maar met mensengezicht, geel lijf en rode staart, genaamd heyu (合窳), wiens kreet als die van een zuigeling is. Dit beest verslindt mensen, alsook insecten en slangen; wanneer het verschijnt, kent het rijk grote overstromingen.
又東二百里,曰太山,上多金玉、楨木。有獸焉,其狀如牛而白首,一目而蛇尾,其名曰蜚,行水則竭,行草則死,見則天下大疫。鉤水出焉,而北流注于勞水,其中多鱃魚。
Tweehonderd li oostwaarts ligt berg Tai (太山). Zijn top is rijk aan goud, jade en zhen-hout (楨木). Daar leeft een beest gelijkend op de os maar met witte kop, één enkel oog en slangenstaart, genaamd fei (蜚): waar het over het water gaat, droogt het water op; waar het over het gras gaat, sterft het gras; wanneer het verschijnt, kent het rijk een grote epidemie. De Gou-rivier (鉤水) ontspringt eraan en stroomt noordwaarts om in de Lao (勞水) uit te monden; zij is rijk aan xiu-vissen (鱃魚).
凡《東次四經》之首,自北號之山至于大山,凡八山,一千七百二十里。
Alles bijeen, van berg Beihao tot berg Tai, telt de Vierde Oostelijke Klassieker acht bergen, over duizend zevenhonderdtwintig li.
Algemene samenvatting van de Oostelijke Klassieker
右東經之山志,凡四十六山,萬八千八百六十里。
Zo luidt het register van de bergen van de Oostelijke Klassieker: zij tellen alles bijeen zesenveertig bergen, over achttienduizend achthonderdzestig li.
Aantekeningen
Opbouw van het hoofdstuk. De 东山经 omvat vier opeenvolgende «klassiekers»: de eerste (twaalf bergen), de Tweede (zeventien bergen), de Derde (negen bergen) en de Vierde (acht bergen), dat wil zeggen zesenveertig bergen in totaal en 18 860 li. Elke sectie sluit af met een colofon dat het aantal bergen, de afstand, de gedaante van de goden en de offerrite vermeldt.
Een kust- en waterwereld. Anders dan de overige ketens worden veel etappes «over water» (水行) of door «drijfzand» (流沙) afgelegd, en de meeste bergen zijn dor maar rijk aan rivieren en fabelachtige vissen. De wezens daar zijn vooral voortekens van rampen: overstroming (大水), droogte (大旱), epidemie (大疫), sprinkhanenplaag.
Zuidhelling / noordhelling (其阳 / 其阴). 阳 (yáng) = de zonnige helling (zuid); 阴 (yīn) = de schaduwrijke helling (noord).
Terugkerende formules. «Wie ervan eet…» (食之) leidt geneeskrachtige werkingen in; «wanneer het verschijnt…» (见则) markeert voorteken-wezens; «zijn kreet noemt zijn eigen naam» (其鸣自叫 / 自詨 / 自䚯) duidt een dier aan wiens kreet zijn naam nabootst.
Onzekere identificaties. Vele namen van vissen, planten en wezens hebben geen zekere tegenhanger; ze worden in pinyin met de karakters getranscribeerd, waarbij de Nederlandse weergaven de traditionele glossen volgen (Guo Pu, Hao Yixing).
Chinese tekst volgens het Chinese Text Project (ctext.org). Vertaling en aantekeningen: Chine-culture.com.


