De Klassieker van de Grote Westelijke Wildernis (大荒西經 Dàhuāng xījīng) is het zestiende boek van de Klassieker van bergen en zeeën en het derde van de «Klassieken van de Grote Wildernis» (大荒經). Het is een van de rijkste aan mythen: hierin vinden we de ingewanden van Nüwa veranderd in goden, Changxi die de twaalf manen baadt, de scheiding van Hemel en Aarde door Zhong en Li, de tien tovenaars van de berg der Geesten, de Koningin-moeder van het Westen op de Kunlun, en de hemelvaart van Qi van de Xia die de hemelse muziek meebracht. De Chinese tekst wordt weergegeven met zijn pinyin-transcriptie, gevolgd door de Nederlandse vertaling en aantekeningen.
大荒西經 — De Grote Westelijke Wildernis
西北海之外,大荒之隅,有山而不合,名曰不周負子。有兩黃獸守之。有水曰寒暑之水,水西有濕山,水東有幕山。有禹攻共工國山。
Voorbij de noordwestelijke zee, in een hoek van de Grote Wildernis, verrijst een berg die zich niet sluit, Buzhou-Fuzi genaamd (不周負子). Twee gele beesten bewaken hem. Er is een rivier genaamd de Wateren van Kou-en-Hitte (寒暑之水); ten westen van de rivier ligt de berg Shi (濕山), ten oosten de berg Mu (幕山). Er is de berg van het land dat Yu aanviel, die van Gonggong (禹攻共工國山).
有國名曰淑士,顓頊之子。
Er is een land genaamd Shushi (淑士), (bewoond door) een zoon van Zhuanxu.
有神十人,名曰女媧之腸,化為神,處栗廣之野。橫道而處。
Er zijn tien goddelijke wezens, de Ingewanden van Nüwa genaamd (女媧之腸): veranderd in goden, wonen zij op de vlakte van Liguang (栗廣之野), dwars over de weg staand.
有人名曰石夷,來風曰韋,處西北隅以司日月之長短。
Er is een figuur genaamd Shiyi (石夷); de wind die komt heet Wei (韋). Hij staat in de noordwestelijke hoek om de lange of korte (loop) van zon en maan te regelen.
有五彩之鳥,有冠,名曰狂鳥。
Er is een vijfkleurige vogel met een kuif, de vogel Kuang genaamd (狂鳥).
有大澤之長山。有白民之國。
Er is de Lange berg van het Grote Moeras (大澤之長山). Er is het land van de Witte-mensen (白民之國).
西北海之外,赤水之東,有長脛之國。
Voorbij de noordwestelijke zee, ten oosten van het Rode Water, ligt het land van de Langschenen (長脛之國).
有西周之國,姬姓,食穀。有人方耕,名曰叔均。帝俊生后稷,稷降以百穀。稷之弟曰台蠒,生叔均。叔均是代其父及稷播百穀,始作耕。有赤國妻氏。有雙山。
Er is het land van de Westelijke Zhou (西周之國), van de Ji-clan (姬), die graan eten. Er is een man die ploegt, Shujun genaamd (叔均). Keizer Jun verwekte Houji (后稷), die (naar de aarde) afdaalde met de honderd granen. Ji's jongere broer heette Taixi (台蠒), die Shujun verwekte. Shujun, in de plaats van zijn vader en van Houji, zaaide de honderd granen en vond het ploegen uit. Er is de clan van de echtgenote van het Rode land (赤國妻氏). Er is de berg Shuang (雙山).
西海之外,大荒之中,有方山者,上有青樹,名曰柜格之松,日月所出入也。
Voorbij de Westelijke zee, in het hart van de Grote Wildernis, verrijst de Vierkante berg (方山); op zijn top groeit een groene boom, de Juge-den genaamd (柜格之松): daar komen zon en maan op en gaan ze onder.
西北海之外,赤水之西,有先民之國,食穀,使四鳥。
Voorbij de noordwestelijke zee, ten westen van het Rode Water, ligt het land van de Eerste-mensen (先民之國); daar eet men graan en laat men zich door vier beesten bedienen.
有北狄之國。黃帝之孫曰始均,始均生北狄。
Er is het land van de Noordelijke Di (北狄之國). Een kleinzoon van de Gele Keizer, Shijun genaamd (始均), verwekte de Noordelijke Di.
有芒山。有桂山。有榣山。其上有人,號曰太子長琴。顓頊生老童,老童生祝融,祝融生太子長琴,是處搖山,始作樂風。
Er is de berg Mang (芒山). Er is de berg Gui (桂山). Er is de berg Yao (榣山). Op zijn top woont een man, prins Changqin genaamd (太子長琴). Zhuanxu verwekte Laotong (老童), Laotong verwekte Zhurong (祝融), Zhurong verwekte prins Changqin, die op de berg Yao woont: hij was de eerste die muzikale wijzen schiep.
有五彩鳥三名:一曰皇鳥,一曰鸞鳥,一曰鳳鳥。
Er zijn drie namen voor de vijfkleurige vogels: de ene is de vogel Huang (皇鳥), de ene de luan-vogel (鸞鳥), de ene de feniks-vogel (鳳鳥).
有蟲狀如菟,胸以後者裸不見,青如猨狀。
Er is een insect dat op een haas lijkt (菟); vanaf de borst is het achterste deel naakt en onzichtbaar, groen als een aap.
大荒之中,有山名曰豐沮玉門,日月所入。
In het hart van de Grote Wildernis verrijst een berg, Fengju-Yumen genaamd (豐沮玉門), waar zon en maan binnengaan.
有靈山,巫咸、巫即、巫肦、巫彭、巫姑、巫真、巫禮、巫抵、巫謝、巫羅十巫,從此升降,百藥爰在。
Er is de berg der Geesten (靈山): Wuxian (巫咸), Wuji (巫即), Wuban (巫肦), Wupeng (巫彭), Wugu (巫姑), Wuzhen (巫真), Wuli (巫禮), Wudi (巫抵), Wuxie (巫謝) en Wuluo (巫羅) — tien tovenaars — stijgen en dalen daar (tussen hemel en aarde); daar bevinden zich de honderd geneesmiddelen.
西有王母之山、壑山、海山。有沃之國,沃民是處。沃之野,鳳鳥之卵是食,甘露是飲。凡其所欲,其味盡存。爰有甘華、甘柤、白柳、視肉、三騅、琁瑰、瑤碧、白木、琅玕、白丹、青丹,多銀鐵。鸞鳥自歌,鳳鳥自舞,爰有百獸,相群是處,是謂沃之野。
In het westen liggen de berg van de Koningin-moeder (王母之山), de berg He (壑山) en de berg van de Zee (海山). Er is het Vruchtbare land (沃之國), waar het volk van Wo woont (沃民). Op de Vruchtbare vlakte (沃之野) voedt men zich met de eieren van de feniks en drinkt men de zoete dauw; al wat men begeert, vindt men daar in zijn volle smaak. Daar bevinden zich het «zoet-bloeiende» (甘華), de zoete jujube (甘柤), de witte wilg (白柳), de Shirou (視肉), de Sanzhui (三騅), de jaden Xuangui (琁瑰), Yaobi (瑤碧), de witte boom (白木), de Langgan (琅玕), het witte cinnaber (白丹), het groene cinnaber (青丹), en zilver en ijzer in overvloed. De luan-vogel zingt vanzelf, de feniks danst vanzelf; de honderd soorten beesten leven daar samen in kudden: dit is wat men de Vruchtbare vlakte noemt.
有三青鳥,赤首黑目,一名曰大鵹,一名少鵹,一名曰青鳥。
Er zijn drie blauwe vogels, met rode koppen en zwarte ogen: de ene heet Dali (大鵹), de ene Shaoli (少鵹), de ene de blauwe vogel (青鳥).
有軒轅之臺,射者不敢西嚮射,畏軒轅之臺。
Er is het terras van Xuanyuan (軒轅之臺); de boogschutter durft niet naar het westen te schieten, uit vrees voor het terras van Xuanyuan.
大荒之中,有龍山,日月所入。有三澤水,名曰三淖,昆吾之所食也。
In het hart van de Grote Wildernis verrijst de Drakenberg (龍山), waar zon en maan binnengaan. Er zijn drie moeraswaterpoelen, de Drie Meren genaamd (三淖): daar voedde Kunwu zich (昆吾).
有人衣青,以袂蔽面,名曰女丑之尸。
Er is een figuur in het groen gekleed, die zijn gezicht met de mouw bedekt, het lijk van Nüchou genaamd (女丑之尸).
有女子之國。
Er is het land van de Vrouwen (女子之國).
有桃山。有䖟山。有桂山。有于土山。
Er is de berg Tao (桃山). Er is de berg Meng (䖟山). Er is de berg Gui (桂山). Er is de berg Yutu (于土山).
有丈夫之國。
Er is het land van de Mannen (丈夫之國).
有弇州之山,五彩之鳥仰天,名曰鳴鳥。爰有百樂歌儛之風。
Er is de berg Yanzhou (弇州之山); een vijfkleurige vogel heft de kop naar de hemel, de Zingende vogel genaamd (鳴鳥). Daar zijn de wijzen van de honderd muzieken, zangen en dansen.
有軒轅之國。江山之南棲為吉,不壽者乃八百歲。
Er is het land Xuanyuan (軒轅之國). Zich ten zuiden van de bergen van de Rivier vestigen is daar gunstig; wie jong sterft, leeft nog achthonderd jaar.
西海陼中,有神人面鳥身,珥兩青蛇,踐兩赤蛇,名曰弇茲。
Tussen de eilandjes van de Westelijke zee woont een god met een mensengezicht en een vogellijf, met twee groene slangen als oorhangers en twee rode slangen onder de voeten, Yanzi genaamd (弇茲).
大荒之中,有山名曰日月山,天樞也。吳姖天門,日月所入。有神人面無臂,兩足反屬于頭上,名曰噓。顓頊生老童,老童生重及黎,帝令重獻上天,令黎卭下地,下地是生噎,處於西極,以行日月星辰之行次。
In het hart van de Grote Wildernis verrijst een berg, de berg van Zon-en-Maan genaamd (日月山), spil van de hemel (天樞). De Hemelpoort van Wuju (吳姖天門) is de plaats waar zon en maan binnengaan. Er is een god met een mensengezicht en zonder armen, wiens twee voeten boven het hoofd zijn omgeklapt, Xu genaamd (噓). Zhuanxu verwekte Laotong (老童), Laotong verwekte Zhong (重) en Li (黎); de Soeverein gebood Zhong de hemel op te heffen en Li de aarde neer te laten. Op de aarde beneden werd Ye geboren (噎), die in het uiterste westen staat om de loop van zon, maan en sterren te regelen.
有人反臂,名曰天虞。
Er is een figuur met omgekeerde armen, Tianyu genaamd (天虞).
有女子方浴月。帝俊妻常羲,生月十有二,此始浴之。
Er is een vrouw die de maan baadt. Zij is Changxi (常羲), echtgenote van keizer Jun, die twaalf manen baarde: hier begon zij ze te baden.
有玄丹之山。有五色之鳥,人面有髮。爰有青鴍、黃鷔,青鳥、黃鳥,其所集者其國亡。
Er is de berg Xuandan (玄丹之山). Er is een vijfkleurige vogel, met een mensengezicht en voorzien van haar. Daar bevinden zich de Qingwen (青鴍), de Huang'ao (黃鷔), de blauwe vogel en de gele vogel: het land waar zij samenkomen vergaat.
有池名孟翼之攻顓頊之池。
Er is een vijver, de Vijver waar Mengyi Zhuanxu aanviel genaamd (孟翼之攻顓頊之池).
大荒之中,有山,名曰鏖鏊鉅,日月所入者。
In het hart van de Grote Wildernis verrijst een berg, Aoaoju genaamd (鏖鏊鉅), waar zon en maan binnengaan.
有獸,左右有首,名曰屏蓬。
Er is een beest dat een kop links en een kop rechts heeft, Pingpeng genaamd (屏蓬).
有巫山者。有壑山者。有金門之山,有人名曰黃姖之尸。有比翼之鳥。有白鳥青翼,黃尾,玄喙。有赤犬,名曰天犬,其所下者有兵。
Er is de berg der Tovenaars (巫山). Er is de berg He (壑山). Er is de berg van de Gouden Poort (金門之山), waar een figuur staat, het lijk van Huangju genaamd (黃姖之尸). Er is de Biyi-vogel (比翼, met gepaarde vleugels). Er is een witte vogel met groene vleugels, gele staart en zwarte snavel. Er is een rode hond, de Hemelse Hond genaamd (天犬): waar hij neerdaalt, is oorlog.
西海之南,流沙之濱,赤水之後,黑水之前,有大山,名曰崑崙之丘。有神,人面虎身,有文有尾,皆白,處之。其下有弱水之淵環之,其外有炎火之山,投物輒然。有人戴勝,虎齒,有豹尾,穴處,名曰西王母。此山萬物盡有。
Ten zuiden van de Westelijke zee, aan de oever van het Drijfzand, achter het Rode Water en voor het Zwarte Water, verrijst een grote berg, de heuvel van de Kunlun genaamd (崑崙之丘). Er is een god met een mensengezicht en een tijgerlijf, met een gestreepte vacht en een staart, geheel wit, die daar woont. Aan zijn voet omringt hem de afgrond van de Zwakke Wateren (弱水之淵), waarachter zich de berg van het Laaiende Vuur bevindt (炎火之山), waar elk voorwerp dat erin geworpen wordt onmiddellijk in vlam vliegt. Er is een wezen, gekroond met het sheng-sieraad (勝), met tijgertanden en een luipaardstaart, dat in een grot leeft, de Koningin-moeder van het Westen genaamd (西王母). Deze berg bevat alle dingen van de wereld.
大荒之中,有山名曰常陽之山,日月所入。
In het hart van de Grote Wildernis verrijst een berg, de berg van de Eeuwige Zon genaamd (常陽之山), waar zon en maan binnengaan.
有寒荒之國。有二人女祭、女薎。
Er is het land Hanhuang (寒荒之國). Er zijn twee personen, Nüji (女祭) en Nümie (女薎).
有壽麻之國。南岳娶州山女,名曰女虔。女虔生季格,季格生壽麻。壽麻正立無景,疾呼無嚮。爰有大暑,不可以往。
Er is het land Shouma (壽麻之國). De Zuidpiek (南岳) huwde de dochter van de berg Zhou, Nüqian genaamd (女虔). Nüqian verwekte Jige (季格), Jige verwekte Shouma (壽麻). Shouma, rechtop staand, werpt geen schaduw, en zijn doordringende kreet brengt geen echo voort. Daar heerst een extreme hitte: men kan er niet heen.
有人無首,操戈盾立,名曰夏耕之尸。故成湯伐夏桀于章山,克之,斬耕厥前。耕既立,無首,走厥咎,乃降于巫山。
Er is een wezen zonder hoofd, dat rechtop staat met hellebaard en schild, het lijk van Xiageng genaamd (夏耕之尸). Eertijds viel Cheng Tang (成湯) Jie van de Xia aan (夏桀) bij de berg Zhang (章山) en versloeg hem; hij onthoofdde Geng in zijn aanwezigheid. Geng, rechtop blijvend zonder hoofd, vluchtte om aan zijn schuld te ontkomen, en daalde af naar de berg der Tovenaars (巫山).
有人名曰吳回,奇左,是無右臂。
Er is een figuur, Wuhui genaamd (吳回), eigenaardig aan zijn linkerzijde: hij heeft geen rechterarm.
有蓋山之國,有樹,赤皮支幹,青葉,名曰朱木。
Er is het land van de berg Gai (蓋山之國); er is een boom met rode bast en takken en groene bladeren, Zhumu genaamd (朱木).
有一臂民。
Er is het volk van de Eenarmigen (一臂民, «met één enkele arm»).
大荒之中,有山名曰大荒之山,日月所入。有人焉三面,是顓頊之子,三面一臂,三面之人不死,是謂大荒之野。
In het hart van de Grote Wildernis verrijst een berg, de berg van de Grote Wildernis genaamd (大荒之山), waar zon en maan binnengaan. Daar is een wezen met drie gezichten, zoon van Zhuanxu: met drie gezichten en één enkele arm; de wezens met drie gezichten sterven niet. Dit is wat men de vlakte van de Grote Wildernis noemt.
西南海之外,赤水之南,流沙之西,有人珥兩青蛇,乘兩龍,名曰夏后開。開上三嬪于天,得九辯與九歌以下。此天穆之野,高二千仞,開焉得始歌九招。
Voorbij de zuidwestelijke zee, ten zuiden van het Rode Water en ten westen van het Drijfzand, is er een wezen, getooid met twee groene slangen, gezeten op twee draken, Xiahou Kai genaamd (夏后開). Kai steeg driemaal naar de hemel om daar ontvangen te worden, en bracht er de Negen Modulaties (九辯) en de Negen Liederen (九歌) van mee terug. Het is hier, op de vlakte van Tianmu (天穆之野), tweeduizend ren hoog, dat Kai begon de Negen Modulaties (九招) te zingen.
有互人之國。炎帝之孫,名曰靈恝,靈恝生互人,是能上下于天。
Er is het land van de Huren (互人之國). Een kleinzoon van keizer Yan (炎帝), Lingjia genaamd (靈恝), verwekte de Huren, die naar de hemel kunnen opstijgen en ervan neerdalen.
有魚偏枯,名曰魚婦。顓頊死即復蘇。風道北來,天乃大水泉,蛇乃化為魚,是謂魚婦。顓頊死即復蘇。
Er is een halfverdroogde vis, de Vrouw-vis genaamd (魚婦). Toen Zhuanxu stierf, herleefde hij ogenblikkelijk. Wanneer de wind uit het noorden waait en de hemel grote wateren doet opwellen, verandert de slang in een vis: dit is wat men de Vrouw-vis noemt. Toen Zhuanxu stierf, herleefde hij ogenblikkelijk.
有青鳥,身黃,赤足,六首,名曰𪇆鳥。
Er is een blauwe vogel, met een geel lijf, rode poten en zes koppen, de vogel Chu genaamd (𪇆鳥).
有大巫山。有金之山。西南,大荒之中隅,有徧勾、常羊之山。
Er is de grote berg der Tovenaars (大巫山). Er is de berg van het Goud (金之山). In het zuidwesten, in de centrale hoek van de Grote Wildernis, liggen de bergen Biangou (徧勾) en Changyang (常羊).
按:夏后開即啟,避漢景帝諱云。
Aantekening: «Xiahou Kai» (夏后開) duidt Qi aan (啟); men schrijft Kai om het taboe (op de persoonlijke naam) van keizer Jing van de Han te vermijden (漢景帝, wiens naam Qi was).
Aantekeningen
Nüwa (女媧) en de kosmogonie. De «tien goden geboren uit de ingewanden van Nüwa» getuigen van een archaïsche cultus van de scheppende en hemel-herstellende godin. Het motief van de scheiding van Hemel en Aarde door Zhong (重) en Li (黎), op bevel van de Soeverein, is een van de grote Chinese kosmogonische mythen.
Changxi (常羲) en de twaalf manen. Complementaire tegenhanger van Xihe (moeder van de tien zonnen, boek XV), baart Changxi, een andere echtgenote van keizer Jun, de twaalf manen en baadt ze: zonne-/maansymmetrie in het oosten en het westen, grondslag van de mythische kalender.
De Koningin-moeder van het Westen (西王母). Het hoofdstuk biedt haar meest archaïsche en wildste beschrijving: tijgertanden, luipaardstaart, gekroond met de sheng, levend in een grot op de Kunlun, omringd door de Zwakke Wateren en de berg van het Vuur. Ver verwijderd van de verfijnde godin van latere tijdperken.
De tien tovenaars (十巫). Op de berg der Geesten (靈山) stijgen en dalen tien met name genoemde sjamanen tussen hemel en aarde op zoek naar de honderd geneesmiddelen: een van de kostbaarste getuigenissen over het sjamanisme en de mythische farmacopee.
Qi van de Xia (夏后開/啟). Koning Qi, die naar de hemel steeg om de «Negen Liederen» en de «Negen Modulaties» mee terug te brengen, wordt hier Kai genaamd (開) om het taboe op de naam van keizer Jing van de Han te vermijden; een slotaantekening verduidelijkt dit — spoor van de Han-overlevering van de tekst.
Onzekere identificaties. Talrijke namen van goden, bergen en wezens (弇茲, 鏖鏊鉅, 𪇆…) hebben geen zekere tegenhanger; ze worden in pinyin getranscribeerd met de karakters, en de Nederlandse weergaven volgen de traditionele glossen (Guo Pu, Hao Yixing).
Chinese tekst volgens het Chinese Text Project (ctext.org). Vertaling en aantekeningen: Chine-culture.com.