Tijd is 时间 : 时 “het moment” + 间 “de tussenruimte” ⟶ de tijd, zowel de tijd die verstrijkt als de tijd die je hebt. De traditionele vorm van 时 is 時, met de zon 日 links: het uur werd eerst aan de hemel afgelezen. Deze pagina houdt het bij wat je op een horloge en op een kalender leest: het uur, de dagen, de week, de maanden, de datum. De seizoenen staan op de pagina Het weer, leeftijd en verjaardag op De levensfasen. Duur, frequentie en de maankalender krijgen hun eigen pagina.
Het Nederlands zegt “uur” voor twee dingen die het Chinees uit elkaar houdt. Het uur op de klok is 点 , letterlijk “het punt”: 三点 , het is drie uur. Het uur dat duurt is 小时 : 三个小时 , drie uur lang. Dezelfde tweedeling bij de minuut: 分 op de wijzerplaat en 分钟 voor de duur. 小时 betekent “klein uur”, en dat is geen beeldspraak: het Chinese uur van vroeger, 时辰 , was twee van de onze waard (zin 20). Toen de westerse klokken kwamen, was hun uur het kleine. Wat 点 betreft: meestal verbindt men het woord met de slagen die tijdens de nachtwaken werden gegeven, maar daar ben ik niet 100 % zeker van.
Het kwartier, 刻 , is een “kerf”: de kerf die in de stift van de waterklok werd gesneden. Er waren er honderd per dag, elk iets minder dan een kwartier; onder de Qing, met de klokken van de jezuïeten, werden het er zesennegentig, en sindsdien duurt een 刻 precies vijftien minuten. Je zegt 三点一刻 en 三点三刻 , maar nooit “twee kwartier”: dat is 三点半 (let op: dat is half vier, niet half drie). Bij “voor” noem je eerst wat er ontbreekt: 差五分九点 , letterlijk “er ontbreken vijf minuten aan negen uur” (zin 9).
De dag draait om 午 , het midden van de dag: 上午 “boven de middag” ⟶ de voormiddag, 下午 “onder de middag” ⟶ de namiddag. Let op: de Nederlandse “ochtend” dekt twee woorden (in Vlaanderen maakt “voormiddag” het onderscheid wel). 早上 is het begin van de dag, tot een uur of acht, negen; 上午 loopt tot twaalf uur. En drie uur ’s nachts heeft een eigen woord: 凌晨 , de kleine uurtjes. De grens tussen 早上 en 上午 ligt niet vast (ze verschuift van persoon tot persoon, en een beetje van streek tot streek). En 午休 , de middagpauze, wordt ernstig genomen: op veel scholen en kantoren wordt er geslapen.
De dagen worden geteld vanaf 今天 . Overmorgen is 后天 , “de achterste dag”, en eergisteren 前天 , “de voorste dag”. Dat is nogal verwarrend voor een Nederlandstalige, die de toekomst voor zich heeft. De gebruikelijke uitleg is dat je naar het verleden kijkt, want dat ken je, en dat de toekomst in je rug aankomt. Ik weet niet wat die uitleg waard is, maar hij helpt bij het onthouden. De tijd stroomt ook van boven naar beneden: 上个星期 , de week “van boven”, is vorige week, en 下个星期 volgende week.
De week van zeven dagen is geïmporteerd. De naam, 星期 , betekent “periode van de hemellichamen”: de zon, de maan en de vijf planeten, die in het Japans nog altijd hun naam aan de dagen geven (bij ons zitten de zon en de maan er ook nog in: zondag, maandag). Het Chinees heeft liever genummerd: 星期一 maandag, 星期二 dinsdag, tot 星期六 zaterdag. Een “dag zeven” bestaat niet: zondag is 星期天 of 星期日 . Twee andere reeksen lopen ernaast. 礼拜 , “de eredienst”, komt van de zendelingen en blijft in de spreektaal heel gewoon; 周 , “de cyclus”, is meer schrijftaal (周一 , 周末 ). Alle drie worden overal begrepen. Vóór de week werd de maand in drie periodes van tien dagen verdeeld, en daarvan blijven 上旬 , 中旬 en 下旬 over, die je elke dag in de krant leest.
De maanden hebben geen naam, alleen een nummer: 一月 januari, 十月 oktober. Verwar 一月, januari, niet met 一个月 , één maand. De datum gaat van groot naar klein, 年月日 : eerst het jaar, dan de maand, dan de dag, net andersom dan bij ons. De dag van de maand heet 号 in de spreektaal en wordt 日 geschreven. Het jaartal lees je cijfer voor cijfer, 一九九八年 (zin 12), en decennia tel je in 年代 : 八十年代 , de jaren 80.
Heel China leeft op 北京时间 , de tijd van Peking (zin 19). Toch strekt het land zich over vijf tijdzones uit, en vóór 1949 telde het er officieel vijf. In Xinjiang komt de zon in de winter pas rond tien uur op de klok op; daarnaast is er een plaatselijke tijd in omloop, die twee uur verschilt, en je vraagt maar beter welke van de twee bedoeld is als je een afspraak maakt. De kantooruren passen dan weer in vier karakters: 朝九晚五 , “’s ochtends negen, ’s avonds vijf” (zin 22). De verschoven weekends waarmee een vrije week in elkaar wordt gezet, staan op de pagina De feestdagen.
Twee versregels uit de Tang-tijd sluiten de lijst af. Die van Zhang Ji laat de middernachtsklok van de Hanshan-tempel in Suzhou horen (zin 23); al onder de Song werd hem verweten dat een tempel op dat uur niet luidt, en die twist heeft de geletterden een hele tijd beziggehouden. Die van Li Shangyin kijkt naar de ondergaande zon (zin 24). De laatste zin is van Confucius: wie ’s ochtends de Weg heeft begrepen, kan ’s avonds sterven (zin 25, zie Hoofdstuk 4 van de Gesprekken van Confucius). De ochtend wordt er 朝 geschreven en de avond 夕 , twee woorden uit de klassieke taal die je terugvindt in 朝九晚五 en in 夕阳 . Met een werkrooster heeft dat niets te maken.
Klik op om het even welk karakter van de pagina: de schrijfvolgorde verschijnt streek voor streek, met de pijl die de richting van de haal aangeeft.
Zo werkt deze pagina: elk woord draagt zijn niveau. ① het essentiële, ② het gangbare, ③ het precieze. Begin bij de ①: daarmee kunt u al een afspraak maken, een datum lezen of zeggen welke dag het is. De knop ▶ geeft de uitspraak, en een klik op een karakter opent de schrijfvolgorde.
De tijd op de klok
de tijd
het uur (op de klok)
hoe laat?
de minuut (op de klok)
half (bij het uur); de helft
het uur (duur)
de minuut (duur)
het kwartier
de seconde
voor (差五分八点: vijf voor acht)
de klok, de bel
op tijd, stipt
te laat komen
nog tijd genoeg hebben om
van tevoren; vervroegen (een datum)
de tijd van Peking
precies (八点整: precies acht uur)
het ogenblik, het precieze moment
de tijdzone
de zomertijd
het dubbele uur van vroeger
De dagdelen
de ochtend (vroeg)
de voormiddag
het middaguur, twaalf uur
de namiddag
de avond
de dag, overdag (tegenover de nacht)
de nacht, ’s nachts
midden in de nacht
de ochtend, de vroege morgen
de avondschemering, het vallen van de avond
heel vroeg in de ochtend
de middagpauze
van ’s ochtends tot ’s avonds
de kleine uurtjes
diep in de nacht
middernacht
de hele nacht door, de doorwaakte nacht
Vandaag, gisteren, morgen
vandaag
morgen
gisteren
elke dag
overmorgen
eergisteren
alle dagen, dag in dag uit
de volgende dag
vanavond
gisteravond
de dag, de datum; het leven dat je leidt
een andere dag
over drie dagen
dezelfde dag, de dag zelf
De week
de week
maandag
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
zaterdag
zondag
welke dag van de week?
het weekend
vorige week
volgende week
zondag (meer schrijftaal)
de week (meer schrijftaal)
de week (spreektaal)
elke week
de werkdag
de twee vrije dagen per week
Maanden en jaren
de maand
het jaar
januari
dit jaar
volgend jaar
vorig jaar
vorige maand
volgende maand
de maand (van het jaar)
het begin van de maand
het einde van de maand
over twee jaar
twee jaar geleden
elk jaar
het einde van het jaar
de eeuw
het decennium, de jaren (八十年代: de jaren 80)
de eerste tien dagen van de maand
de middelste tien dagen van de maand
de laatste tien dagen van de maand
het kwartaal
het schrikkeljaar
de gangbare jaartelling (na Christus)
Datum en agenda
de hoeveelste van de maand?
vrij zijn, tijd hebben
de datum
de dag van de maand (schrijftaal)
jaar, maand, dag (de Chinese volgorde van de datum)
de kalender
uitstellen, later laten doorgaan
een tijdstip of een datum afspreken
de geboortedatum
het programma, de agenda
de uiterste datum, de deadline
de datum verzetten
Dag en uur in uitdrukkingen
van negen tot vijf (de kantooruren)
vechten om elke minuut, elke seconde
de dag wordt ’s ochtends beslist (de morgenstond heeft goud in de mond)
in het holst van de nacht
dag en nacht, zonder ophouden
vroeg vertrekken en laat thuiskomen
de tijd schiet voorbij als een pijl (de tijd vliegt)
een dag die een jaar duurt (de tijd kruipt)
er liggen nog veel dagen voor ons (er is nog tijd genoeg)
de zaak van vandaag handel je vandaag af (stel niet uit tot morgen wat je vandaag kunt doen)
De tijd in alledaagse woorden
het moment (…的时候: wanneer…, toen…)
als het zover is
op het vastgestelde tijdstip, volgens schema
tijdig, net op tijd
een halve dag; een hele tijd
het horloge; de tabel
de klas, het leerjaar
het maandloon
het jaarlijks verlof
het juiste moment, de gelegenheid
Voorbeeldzinnen
Hoe laat is het? Het is half negen.
Welke dag is het vandaag? Het is woensdag.
De hoeveelste is het vandaag? Het is 6 oktober.
Ik sta elke ochtend om zeven uur op.
Ben je morgenmiddag vrij?
We zien elkaar om kwart over drie ’s middags.
Ik ben vorig jaar naar China gekomen en ik zou volgend jaar graag terugkomen.
Een uur telt zestig minuten.
Het is vijf voor negen, we komen zo te laat.
Neem me niet kwalijk, ik ben tien minuten te laat.
Kom alstublieft op tijd, de vergadering begint om negen uur precies.
Ik ben geboren op 20 mei 1998.
Dit weekend heb ik geen tijd, laten we een andere dag afspreken.
Gisteravond heeft hij tot midden in de nacht gewerkt voordat hij ging slapen.
Ze vertrekt eind deze maand naar Shanghai en komt begin volgende maand terug.
We hebben de kaartjes een week van tevoren geboekt.
Als we nu gaan, halen we het nog: de film begint pas om acht uur.
Hij is in de jaren 80 geboren.
China heeft maar één tijdzone: het hele land leeft op de tijd van Peking.
De Ouden verdeelden de dag in twaalf dubbele uren: een dubbel uur is twee uur.
De uiterste inschrijfdatum is de 25e van deze maand.
Hij werkt van negen tot vijf en heeft in het weekend zijn twee vrije dagen.
Buiten de muren van Gusu, bij de Hanshan-tempel, bereikt de klok van middernacht de boot van de reiziger. (Zhang Ji, Tang-tijd)
De ondergaande zon is eindeloos mooi, maar de schemering is vlakbij. (Li Shangyin, Tang-tijd)
Wie ’s ochtends de leer van de wijsheid heeft begrepen, kan ’s avonds tevreden sterven. (Gesprekken, IV.8)


