Chinees leren: inleiding tot de Chinese grammatica
De grammatica van het Chinees is vrij eenvoudig: geen geslacht (mannelijk, vrouwelijk), geen getal (enkelvoud, meervoud), geen vervoeging. Alle woorden zijn onveranderlijk. Daarom is de plaats van de woorden enorm belangrijk; zoals we zullen zien, volgt die een logische volgorde (die vaak anders is dan de onze). De context doet de rest: die vertelt bijvoorbeeld of het over één ding gaat of over meerdere.
De enkelvoudige zin in het Mandarijn Chinees
In het Mandarijn Chinees is de enkelvoudige zin volgens dit patroon opgebouwd:
Het adjectivische werkwoord
Eerste verrassing: 好 “goed gaan, goed zijn” is een zogenaamd adjectivisch werkwoord. Het bijvoeglijk naamwoord “goed” bevat al het werkwoord “zijn” of “gaan”. Zet dus nooit een koppelwerkwoord vóór een Chinees bijvoeglijk naamwoord.
Deze adjectivische werkwoorden (goed zijn, moe zijn, blij zijn…) hebben een bijzonderheid: in een bevestigende zin impliceren ze een vergelijking. Zo is 我好, geen afgeronde zin. U zou hem vertalen als “met mij gaat het goed, terwijl…” (bijvoorbeeld aangevuld met “met jou gaat het niet goed”).
Om deze vergelijking weg te nemen en de zin af te sluiten, moet u het bijwoord 很 toevoegen.
De zin “Het gaat goed met me” schrijft men dus: 我很好
Moet u dit dan vertalen als “Het gaat goed met me” of als “Het gaat heel goed met me”? Op schrift valt dat niet uit te maken: de zin is echt dubbelzinnig. In gesproken taal daarentegen hangt alles af van de klemtoon. Als 很 geen klemtoon krijgt, betekent het “Het gaat goed met me”.
Luister:
Als 很 wel klemtoon krijgt, betekent het “Het gaat heel goed met me”.
Luister:
Geen vervoeging
In het Chinees worden werkwoorden niet vervoegd:
我很好。 Het gaat goed met mij.
你很好。 Het gaat goed met jou.
他很好。 Het gaat goed met hem.
Het werkwoord verandert niet. Alleen het voornaamwoord verandert.
De vragende zin
De volledige vraag, of ja-neevraag, wordt heel eenvoudig gevormd:
Voorbeeld: 你好吗? Gaat het goed met je?
Twee opmerkingen:
- omdat het niet om een bevestigende zin gaat, impliceert het adjectivische werkwoord (好 , “goed gaan”) geen vergelijking meer. Het is dus niet nodig om 很 toe te voegen. Als u het toch toevoegt, wordt de vraag: “Gaat het heel goed met je?” 你很好吗?
- in een Chinese vraag worden onderwerp en werkwoord niet omgekeerd. De volgorde blijft onderwerp, werkwoord, voorwerp. Dat is goed nieuws, en het geldt voor alle vragen die u later nog tegenkomt.
Het bijwoord 也
也 is een bijwoord dat “ook, eveneens” betekent. Zoals alle bijwoorden in het Chinees staat het vóór het werkwoord, of vóór de andere bijwoorden die aan het werkwoord voorafgaan. Dat is een algemene regel van de Chinese grammatica.
Voorbeeld: 我也很好。 Met mij gaat het ook (heel) goed.
U ziet het in dit voorbeeld: “ik ook” kan in het Nederlands zonder werkwoord, maar in het Chinees niet. Het werkwoord moet absoluut herhaald worden. 我也。 is onmogelijk. Waarom? Omdat in het Chinees een bijwoord altijd samen met een werkwoord optreedt.
En ten slotte: als er meerdere bijwoorden na elkaar komen, staat 也 altijd voorop:
你很不客气,他也很不客气。 Jij bent helemaal niet beleefd (letterlijk “zeer niet beleefd”), en hij ook niet.
Kleine opmerking: 也不 vertaalt men als “ook niet”.


