De Klassieke van de Grote Wildernis van het Zuiden (大荒南經 Dàhuāng nánjīng) is het vijftiende boek van de Klassieke van de bergen en de zeeën en het tweede van de „Klassieken van de Grote Wildernis" (大荒經). Het doorkruist de zuidelijke uithoeken, landen van de goddelijke geslachten van keizer Jun, van Shun en van Zhuanxu: hier vindt men het land van de Drielijvigen, de tovenaars van Zhi die leven zonder te zaaien of te weven, de godin Xihe die de tien zonnen baadt, en de esdoorn die uit de boeien van Chiyou ontstond. De Chinese tekst wordt met zijn pinyin-transcriptie weergegeven, gevolgd door de Nederlandse vertaling en aantekeningen.
大荒南經 — De Grote Wildernis van het Zuiden
南海之外,赤水之西,流沙之東,有獸,左右有首,名曰䟣踢。有三青獸相并,名曰雙雙。
Voorbij de Zuidzee, ten westen van het Rode Water en ten oosten van het Drijfzand, is er een dier met een kop links en een kop rechts, Chuti (䟣踢) genaamd. Er zijn drie blauwgroene dieren, paarsgewijs met elkaar verbonden, Shuangshuang (雙雙) genaamd.
有阿山者。南海之中,有氾天之山,赤水窮焉。赤水之東,有蒼梧之野,舜與叔均之所葬也。爰有文貝、離俞、𩿨久、鷹、賈、委維、熊、羆、象、虎、豹、狼、視肉。
Er is de berg A (阿山). Midden in de Zuidzee verrijst de berg Fantian (氾天之山), waar het Rode Water eindigt. Ten oosten van het Rode Water ligt de vlakte van Cangwu (蒼梧之野), waar Shun en Shujun (叔均) werden begraven. Men vindt er geaderde schelpen, de vogel Liyu (離俞), de Jiujiu (𩿨久), de adelaar (鷹), de Jia (賈), de slang Weiwei (委維), de beer, de bruine beer, de olifant, de tijger, het luipaard, de wolf en de Shirou (視肉).
有滎山,滎水出焉。黑水之南,有玄蛇,食麈。
Er is de berg Ying (滎山), waaruit de rivier de Ying (滎水) ontspringt. Ten zuiden van het Zwarte Water leeft een zwarte slang (玄蛇) die herten (麈) verslindt.
有巫山者,西有黃鳥。帝藥,八齋。黃鳥於巫山,司此玄蛇。
Er is de berg der Tovenaars (巫山); in het westen bevindt zich de gele vogel (黃鳥). De geneesmiddelen van de Vorst (帝藥) worden er in acht schuren bewaard. De gele vogel van de Tovenaarsberg waakt over die zwarte slang.
大荒之中,有不庭之山,榮水窮焉。有人三身,帝俊妻娥皇,生此三身之國,姚姓,黍食,使四鳥。有淵四方,四隅皆達,北屬黑水,南屬大荒,北旁名曰少和之淵,南旁名曰從淵,舜之所浴也。
In het hart van de Grote Wildernis verrijst de berg Buting (不庭之山), waar de rivier de Rong (榮水) eindigt. Er zijn mensen met drie lichamen: Ehuang (娥皇), de gemalin van keizer Jun, baarde dit land van de Drielijvigen (三身之國), van de clan Yao (姚); men eet er gierst en laat zich door vier dieren bedienen. Er is een vierkante afgrond, aan zijn vier hoeken geopend; in het noorden reikt hij tot het Zwarte Water, in het zuiden tot de Grote Wildernis; zijn noordelijke rand heet afgrond van Shaohe (少和之淵), zijn zuidelijke rand afgrond van Cong (從淵): daar baadde Shun.
又有成山,甘水窮焉。有季禺之國,顓頊之子,食黍。有羽民之國,其民皆生毛羽。有卵民之國,其民皆生卵。
Er is ook de berg Cheng (成山), waar de rivier de Gan (甘水) eindigt. Er is het land Jiyu (季禺之國), zoon van Zhuanxu, waar men gierst eet. Er is het land der Gevederde Mensen (羽民之國), wier bewoners allen met veren bedekt geboren worden. Er is het land der Ei-Mensen (卵民之國), wier bewoners allen uit eieren geboren worden.
大荒之中,有不姜之山,黑水窮焉。又有賈山,汔水出焉。又有言山。又有登備之山。有恝恝之山。又有蒲山,澧水出焉。又有隗山,其西有丹,其東有玉。又南有山,漂水出焉。有尾山。有翠山。
In het hart van de Grote Wildernis verrijst de berg Bujiang (不姜之山), waar het Zwarte Water eindigt. Er is ook de berg Jia (賈山), waaruit de rivier de Qi (汔水) ontspringt. Dan de berg Yan (言山). Dan de berg Dengbei (登備之山). De berg Jiajia (恝恝之山). Dan de berg Pu (蒲山), waaruit de rivier de Li (澧水) ontspringt. Dan de berg Wei (隗山), aan de westzijde waarvan zich cinnaber en aan de oostzijde jade bevindt. Verder naar het zuiden een berg waaruit de rivier de Piao (漂水) ontspringt. Er is de berg Wei (尾山). Er is de berg Cui (翠山).
有盈民之國,於姓,黍食。又有人方食木葉。
Er is het land der Vervulde Mensen (盈民之國), van de clan Yu (於), waar men gierst eet. Er zijn ook mensen die zich met boombladeren voeden.
有不死之國,阿姓,甘木是食。
Er is het land der Onsterfelijken (不死之國), van de clan A (阿), die zich voedt met de zoete boom (甘木).
大荒之中,有山名曰去痓。南極果,北不成,去痓果。
In het hart van de Grote Wildernis verrijst een berg genaamd Quchi (去痓). Aan de Zuidpool rijpen (de vruchten), in het noorden komen zij niet tot rijpheid; in Quchi rijpen zij.
南海渚中,有神,人面,珥兩青蛇,踐兩赤蛇,曰不廷胡余。
Te midden van de eilandjes van de Zuidzee leeft een god met menselijk gelaat, twee groene slangen als oorhangers en twee rode slangen onder de voeten, genaamd Butinghuyu (不廷胡余).
有神名曰因因乎,南方曰因乎,夸風曰乎民。處南極以出入風。
Er is een god genaamd Yinyinhu (因因乎); in het zuiden noemt men hem Yinhu (因乎), en de opzwellende wind heet Humin (乎民). Hij staat aan de Zuidpool om de winden te doen uit- en ingaan.
有襄山。又有重陰之山。有人食獸,曰季釐。帝俊生季釐,故曰季釐之國。有緡淵。少昊生倍伐,倍伐降處緡淵。有水四方,名曰俊壇。
Er is de berg Xiang (襄山). Dan de berg Chongyin (重陰之山). Er is een mens die het vlees der dieren eet, genaamd Jili (季釐). Keizer Jun verwekte Jili: vandaar het land Jili (季釐之國). Er is de afgrond Min (緡淵). Shaohao verwekte Beifa (倍伐), die afdaalde om aan de afgrond Min te wonen. Er is een vierkant wateroppervlak genaamd het Altaar van Jun (俊壇).
有臷民之國。帝舜生無淫,降臷處,是謂巫臷民。巫臷民肦姓,食穀,不績不經,服也;不稼不穡,食也。爰有歌舞之鳥,鸞鳥自歌,鳳鳥自舞。爰有百獸,相群爰處。百穀所聚。
Er is het land der Zhimin (臷民之國). Keizer Shun verwekte Wuyin (無淫), die afdaalde om in Zhi te wonen: dat zijn de Wuzhimin (巫臷民, „het volk der tovenaars van Zhi"). De Wuzhimin, van de clan Ban (肦), eten granen; zij spinnen noch weven en kleden zich toch; zij zaaien noch oogsten en voeden zich toch. Daar zijn zingende en dansende vogels: de luan-vogel (鸞) zingt vanzelf, de feniks (鳳) danst vanzelf. Er zijn de honderd soorten dieren die in kudden samenleven. Daar hopen zich de honderd graansoorten op.
大荒之中,有山名曰融天,海水南入焉。
In het hart van de Grote Wildernis verrijst een berg genaamd Rongtian (融天), waar het zeewater vanuit het zuiden binnenkomt.
有人曰鑿齒,羿殺之。
Er is een mens genaamd Zuochi (鑿齒, „Boortanden"), die de boogschutter Yi (羿) doodde.
有蜮山者,有蜮民之國,桑姓,食黍,射蜮是食。有人方扜弓射黃蛇,名曰蜮人。
Er is de berg Yu (蜮山); er is het land der Yumin (蜮民之國), van de clan Sang (桑), die gierst eten en zich voeden met de Yu (蜮, een insect dat zij met de boog neerleggen). Er is een mens die zijn boog spant om op een gele slang te schieten, genaamd de Yu-mens (蜮人).
有宋山者,有赤蛇,名曰育蛇。有木生山上,名曰楓木。楓木,蚩尤所棄其桎梏,是謂楓木。
Er is de berg Song (宋山); er is een rode slang genaamd Yushe (育蛇). Op de berg groeit een boom genaamd de esdoorn (楓木). De esdoorn: daar liet Chiyou (蚩尤) zijn boeien en blokken achter, die tot deze esdoorn werden.
有人方齒虎尾,名曰祖狀之尸。
Er is een wezen met (uitstekende) tanden en een tijgerstaart, genaamd het lijk van Zuzhuang (祖狀之尸).
有小人,名曰焦僥之國,幾姓,嘉穀是食。
Er zijn dwergen, genaamd het land der Jiaoyao (焦僥之國), van de clan Ji (幾), die zich voeden met de fraaie graansoorten.
大荒之中,有山名㱙塗之山,青水窮焉。有雲雨之山,有木名曰欒。禹攻雲雨,有赤石焉生欒,黃本,赤枝,青葉,群帝焉取藥。
In het hart van de Grote Wildernis verrijst een berg genaamd Xiutu (㱙塗之山), waar het Blauwe Water (青水) eindigt. Er is de berg der Wolken-en-Regen (雲雨之山); daar groeit een boom genaamd Luan (欒). Yu (禹) velde daar (het woud van) Yunyu; er is een rode steen waaruit de Luan ontstaat, met gele stam, rode takken en groene bladeren: daar komen de goden (群帝) hun geneesmiddelen plukken.
有國曰顓頊,生伯服,食黍。有鼬姓之國。有苕山。又有宗山。又有姓山。又有壑山。又有陳州山。又有東州山。又有白水山,白水出焉,而生白淵,昆吾之師所浴也。
Er is een land genaamd Zhuanxu (顓頊), dat Bofu (伯服) verwekte, waar men gierst eet. Er is het land van de clan You (鼬姓之國). Er is de berg Tiao (苕山). Dan de berg Zong (宗山). Dan de berg Xing (姓山). Dan de berg He (壑山). Dan de berg Chenzhou (陳州山). Dan de berg Dongzhou (東州山). Dan de berg der Witte Wateren (白水山), waaruit de rivier de Bai (白水) ontspringt, die de Witte afgrond (白淵) vormt: daar baadde het leger van Kunwu (昆吾).
有人名曰張弘,在海上捕魚。海中有張弘之國,食魚,使四鳥。
Er is een mens genaamd Zhanghong (張弘), die op volle zee vist. Midden in de zee ligt het land Zhanghong (張弘之國), waar men vis eet en zich door vier dieren laat bedienen.
有人焉,鳥喙,有翼,方捕魚於海。大荒之中,有人名曰驩頭。鯀妻士敬,士敬子曰炎融,生驩頭。驩頭人面鳥喙,有翼,食海中魚,杖翼而行。維宜芑苣,穋楊是食。有驩頭之國。
Er is een mens met een vogelsnavel en voorzien van vleugels, die de vissen in de zee vangt. In het hart van de Grote Wildernis is er een mens genaamd Huantou (驩頭). Gun (鯀, de vader van Yu) had Shijing (士敬) tot gemalin; de zoon van Shijing was Yanrong (炎融), die Huantou verwekte. Huantou heeft een menselijk gelaat en een vogelsnavel, vleugels, en voedt zich met de vissen van de zee; hij loopt steunend op zijn vleugels. Hij voedt zich met Qi-riet (芑), met Ju (苣) en met Yang-gierst (穋楊). Er is het land Huantou (驩頭之國).
帝堯、帝嚳、帝舜葬於岳山。爰有文貝,離俞、𩿨久、鷹、賈、延維、視肉、熊、羆、虎、豹;朱木,赤支,青華,玄實。有申山者。
De keizers Yao (堯), Ku (嚳) en Shun (舜) werden begraven op de berg Yue (岳山). Men vindt er geaderde schelpen, de vogel Liyu (離俞), de Jiujiu (𩿨久), de adelaar, de Jia (賈), de slang Yanwei (延維), de Shirou (視肉), de beer, de bruine beer, de tijger, het luipaard; en de boom Zhumu (朱木), met rode takken, groene bloemen en zwarte vruchten. Er is de berg Shen (申山).
大荒之中,有山名曰天臺高山,海水入焉。
In het hart van de Grote Wildernis verrijst een berg genaamd Tiantai (天臺高山), waar het zeewater binnenkomt.
東南海之外,甘水之間,有羲和之國。有女子名曰羲和,方浴日於甘淵。羲和者,帝俊之妻,生十日。
Voorbij de Zuidoostzee, tussen de wateren van de rivier de Gan, ligt het land Xihe (羲和之國). Er is een vrouw genaamd Xihe (羲和), die de zonnen baadt in de afgrond Gan (甘淵). Xihe is de gemalin van keizer Jun: zij baarde de tien zonnen.
有蓋猶之山者,其上有甘柤,枝幹皆赤,黃葉,白華,黑實。東又有甘華,枝幹皆赤,黃葉。有青馬。有赤馬,名曰三騅。有視肉。
Er is de berg Gaiyou (蓋猶之山); op zijn top groeit de zoete jujube (甘柤), met geheel rode takken en stam, gele bladeren, witte bloemen en zwarte vruchten. In het oosten bevindt zich ook het „zoet-bloeiende" (甘華), met rode takken en stam, gele bladeren. Er zijn blauwgroene paarden. Er zijn rode paarden, genaamd Sanzhui (三騅). Er is de Shirou (視肉).
有小人名曰菌人。
Er zijn dwergen genaamd de Junren (菌人).
有南類之山,爰有遺玉、青馬、三騅、視肉、甘華,百穀所在。
Er is de berg Nanlei (南類之山); men vindt er de Yiyu-jade (遺玉), blauwgroene paarden, de Sanzhui (三騅), de Shirou (視肉), het „zoet-bloeiende" (甘華), en de plaats waar de honderd graansoorten groeien.
Aantekeningen
Xihe (羲和), moeder van de zonnen. De beroemdste passage van het boek: Xihe, gemalin van keizer Jun, baart de tien zonnen en baadt hen in de afgrond Gan. Als belangrijke zonnegestalte wordt zij in de latere overlevering de bestuurster van de zonnewagen.
De tovenaars van Zhi (巫臷民). Een utopisch volk dat van Shun afstamt en „spint noch weeft maar zich kleedt, zaait noch oogst maar zich voedt": een land van spontane overvloed waar feniks en luan zingen en dansen, een terugkerend paradijselijk beeld van de Grote Wildernis.
Goddelijke geslachten. Zoals de gehele 大荒經 is het boek doorweven met genealogieën: keizer Jun (帝俊), Zhuanxu (顓頊), Shaohao (少昊) en Shun verwekken volkeren en landen (Drielijvigen, Jili, Huantou…). Huantou (驩頭), kleinzoon van Gun en gevleugelde vissersgestalte, verbindt het boek met de cyclus van de zondvloed.
Chiyou en de esdoorn (楓木). De rode boom, ontstaan uit de door de verslagen Chiyou achtergelaten boeien, zet, zoals in het oosten, de grote mythe van de oorlog van de Gele Keizer voort.
Graven van de keizers. Yao, Ku en Shun rusten op de berg Yue; Shun en Shujun op de berg Cangwu: de heilige geografie van het Zuiden stapelt de keizerlijke grafsteden op, omringd door fabelachtige dieren en wonderbaarlijke bomen.
Onzekere identificaties. Talrijke namen van bergen, wezens en dieren (䟣踢, 𩿨久, 蜮…) hebben geen verzekerde tegenhanger; zij worden met de schrifttekens in pinyin getranscribeerd, waarbij de Nederlandse weergaven de traditionele glossen (Guo Pu, Hao Yixing) volgen.
Chinese tekst naar het Chinese Text Project (ctext.org). Vertaling en aantekeningen: Chine-culture.com.


