Chinees leren: woordenschat van les 3
Om te oefenen de woordenschat schriftelijk te onthouden, maakt u een lijst van de woorden in alleen Chinese karakters en probeert u daarna het pinyin en het Nederlands terug te vinden. Herhaal dit tot u geen fouten meer maakt. Doe daarna dezelfde oefening in omgekeerde richting: schrijf de lijst in het Nederlands en zoek de karakters en het pinyin erbij.
老师 : leraar
名字 : naam, voornaam
同学 : klasgenoot / aanspreektitel voor een leerling
学生 : student(e), leerling
字 : (geschreven) karakter
月月 : de voornaam Yueyue
明 : de voornaam Ming
叫 : heten
是 : zijn
请问 : mag ik vragen, pardon
他 : hij, hem
她 : zij, haar
谁 : wie
什么 : wat, welk
的 : bepalingspartikel


