Chinees leren: woordenschat van les 9
Om te oefenen de woordenschat schriftelijk te onthouden, maakt u een lijst van de woorden in alleen Chinese karakters en probeert u daarna het pinyin en het Nederlands terug te vinden. Herhaal dit tot u geen fouten meer maakt. Doe daarna dezelfde oefening in omgekeerde richting: schrijf de lijst in het Nederlands en zoek de karakters en het pinyin erbij.
年 : jaar
今年 : dit jaar
去年 : vorig jaar
明年 : volgend jaar
月 : maand / maan
日 : dag (datum) / zon
号 : nummer / dag van de maand (spreektaal)
天 : dag (tijdsduur) / hemel
时候 : moment
看 : kijken, zien
读 : lezen
读书 : studeren (letterlijk “boeken lezen”)
去 : gaan, vertrekken
来 : komen
回 : teruggaan, terugkomen
半 : half, helft
在 : zich bevinden in, aanwezig zijn


