Chinees leren: woordenschat van les 6
Om te oefenen de woordenschat schriftelijk te onthouden, maakt u een lijst van de woorden in alleen Chinese karakters en probeert u daarna het pinyin en het Nederlands terug te vinden. Herhaal dit tot u geen fouten meer maakt. Doe daarna dezelfde oefening in omgekeerde richting: schrijf de lijst in het Nederlands en zoek de karakters en het pinyin erbij.
爸爸 : papa
妈妈 : mama
哥哥 : oudere broer
姐姐 : oudere zus
弟弟 : jongere broer
妹妹 : jongere zus
儿子 : zoon
女儿 : dochter
孩子 : kind
家 : gezin, huis
家人 : gezinsleden
有 : hebben
没有 : niet hebben
个 : algemeen maatwoord
口 : maatwoord (gezinsleden)
和 : en (voegwoord)
两 : twee (vóór een maatwoord)


