Chinees leren: woordenschat van les 4
Om te oefenen de woordenschat schriftelijk te onthouden, maakt u een lijst van de woorden in alleen Chinese karakters en probeert u daarna het pinyin en het Nederlands terug te vinden. Herhaal dit tot u geen fouten meer maakt. Doe daarna dezelfde oefening in omgekeerde richting: schrijf de lijst in het Nederlands en zoek de karakters en het pinyin erbij.
大学 : universiteit
大学生 : student(e)
小学 : basisschool
小学生 : scholier, leerling van de basisschool
中学 : middelbare school
中学生 : scholier van de middelbare school
雪 : sneeuw
零 : nul
一 : een
二 : twee
三 : drie
四 : vier
五 : vijf
六 : zes
七 : zeven
八 : acht
九 : negen
十 : tien
大 : groot zijn / oud zijn
多 : hoe, hoeveel (vóór een adj. werkw.) / talrijk zijn
几 : hoeveel (verwacht antwoord < 10)
岁 : jaar (van leeftijd)


